Het gebied ten westen van Hengelo, Keijenborg en Zelhem - bekend als "Het Gooij"- was vroeger regelmatig slachtoffer van overstromingen vanuit de IJssel. Om deze vochtige broekgronden sneller bewerkbaar te maken, plantten boeren populieren ("peppels") rond hun akkers. Deze bomen onttrekken veel vocht aan de bodem, waardoor het land in het voorjaar eerder toegankelijk was.
Populierenhout bleek na de kap uitstekend geschikt voor het maken van klompen: zacht en makkelijk te bewerken. Zo ontstond in dit gebied de handmatige klompenmakerij. Rond de overgang van de 19e naar de 20e eeuw telde Keijenborg en de direct omliggende buurtschappen op een bevolking van slechts 1.000 inwoners meer dan 50 klompenmakers.
Het maken van klompen was zwaar handwerk. Toen de industriële revolutie opkwam, hadden de makers in Keijenborg de veerkracht om niet simpelweg te stoppen, maar te moderniseren. De oprichting van klompenfabriek 'De Pinne' in 1917 was een direct antwoord op de veranderende markt.
In 2013 werd het handmatig klompenmaken officieel opgenomen op de lijst van Nationaal Cultureel Erfgoed. Om dit erfgoed levend te houden, startte in 2019 het Klompenproject. In het Klompenmakershuus in Keijenborg wordt de geschiedenis sindsdien op eigentijdse wijze gepresenteerd via V(irtual)R(eality)-brillen en 3D-technieken. Ook worden er workshops houtbewerking voor jongeren georganiseerd om de verbinding tussen generaties te versterken.
Als logisch vervolg werd het eerste Klompenpad in de gemeente Bronckhorst ontwikkeld. Na ruim twee jaar voorbereiding door een werkgroep van 20 vrijwilligers, werd het "Gooijsche Pad" in december 2025 officieel geopend. Klompenpaden zijn cultuurhistorische rondwandelingen die bij voorkeur over onverharde paden en dwars door het boerenland lopen. Door oude paden te herstellen, wordt de identiteit van het landschap weer zichtbaar. Inmiddels telt Gelderland al zo'n 150 van deze routes.
Het Gooijsche Pad, herkenbaar aan het logo van de steenuil, voert langs de Grote Beek waar bevers leven en wilde orchideeën groeien. De route is in totaal 16 kilometer lang, maar kan ook in twee lussen van 8 kilometer worden gelopen. Onderweg passeren wandelaars 22 herkenningspunten van voormalige klompenmakers, zoals oude schuurtjes en gereedschappen.
Het startpunt bevindt zich bij het Klompenmakershuus (Sint Janstraat 4). De wandeling voert langs diverse horecagelegenheden en monumentale iconen zoals de St.-Jan de Doperkerk, Huize Booltink en boerderij Het Weetink. Zelfs de muziekgeschiedenis wordt aangestipt bij café De Tol, onlosmakelijk verbonden met de band Normaal. Een prachtige manier om cultuur en natuur al wandelend te ontdekken.
Tijdens Open Monumentendag op 12 en 13 september (met als thema: Veerkrachtig erfgoed - in tijden van onzekerheid) is het Klompenmakershuus te bezoeken.