© Foto: Nationaal Onderduikmuseum

De expositie over het Dutch National Battalion (DNB) in het Nationaal Onderduikmuseum wordt verlengd tot en met eind juli 2026. Sinds de opening op 15 april vorig jaar zijn er zoveel nieuwe informatie, persoonlijke documenten en unieke getuigenissen boven water gekomen, dat het museum heeft besloten de tentoonstelling langer open te stellen voor het publiek.

Het Dutch National Battalion, ook wel het ‘vergeten bataljon’ genoemd, bestond uit ruim 400 vrijwilligers – waaronder Achterhoekse boerenzoons, ondergedoken studenten, Joodse verzetsstrijders. In de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog vochten zij als ‘burgerleger’ zij aan zij met de Canadezen om de rest van Nederland te bevrijden.

De verlenging is ingegeven door een stroom aan nieuwe informatie. “Sinds de start van de expositie hebben veel nabestaanden zich gemeld met nieuwe informatie zoals persoonlijke verhalen van hun vader, oom of grootvader,” aldus het museum. “Deze nieuwe inzichten kleuren de geschiedenis van dit unieke legeronderdeel steeds verder in. Het laat zien hoe gewone burgers het initiatief namen om actief bij te dragen aan onze vrijheid.”

Het DNB speelde een ondersteunende rol bij de zuivering van de Veluwe en de bewaking van de zogeheten ‘check-line’ tussen Spakenburg en Dodewaard. Canadese legerrapporten uit die tijd spreken vol lof over de “stugge gevechtskracht” van deze jonge Nederlandse patriotten.

In de expositie staat de menselijke kant centraal: van de gevaarlijke wapendroppings in de Achterhoek tot de zware naoorlogse taken zoals het ruimen van mijnen, waarbij sommige mannen blind of verminkt raakten. De tentoonstelling geeft dit ‘vergeten’ stukje nationale geschiedenis de plek die het verdient in het collectieve geheugen.